print logo

Charmant, begaafd, lastig

 Haags Straatnieuws (The Netherlands) 04 June 2019

‘De bekendste zwerver van Den Haag is haar beroemdste fotograaf’, schreven wij in 2004 toen kunstenaar Gerard Fieret in het Gemeentemuseum werd geëerd met een tentoonstelling. Op 22 januari 2009 is Fieret (85) overleden. Een terugblik op zijn leven en carrière.  - By Vera de Jonckheere

Drie dagen na zijn vijfentachtigste verjaardag overleed beeldend kunstenaar, dichter, fotograaf en duivenbeschermer Gerard Fieret aan de gevolgen van een longontsteking. Gerard Petrus Fieret is op 19 januari 1924 in Den Haag geboren en hier ook op 22 januari 2009 overleden. Zijn laatste jaar sleet hij op een bescheiden kamer in het Van Limburg Stirum Huis in de Haagse Stationsbuurt, waarvandaan hij in Parnassia is opgenomen. De drukbezochte plechtige uitvaart vond 28 januari plaats op St. Barbara te Den Haag. De man die met twee emmers graan aan het stuur van zijn fiets dagelijks op meer dan vijftien vaste plekken in de stad duiven voerde, is uit het straatbeeld verdwenen. Maar bij menig Hagenaar staat hij voor altijd scherp op het netvlies.

Gerard Fieret leek in niets op zijn tamme, grijze duifjes. Intens en wonderlijk kleurrijk waren de dagen van de man die drank en sigaretten afzwoer om in plaats daarvan duivenvoer te kopen. Adjectieven voor zijn opvallende persoonlijkheid vlogen volop door het luchtruim: grillig, onaangepast, uiterst onaangenaam, verregaand smoezelig, maar ook: ongebreideld creatief, begaafd, geestig, royaal en aimabel. De eenzame excentriekeling, voor wie de uitdrukking 'de hand bijten die je voedert' dagelijkse praktijk was, trof niettemin steeds beschermengelen op zijn pad.

'Red Fieret!'

Actrice Wieteke van Dort heeft Fieret vanaf de jaren zeventig lang de hand boven het hoofd gehouden. Hij detoneerde nogal in het keurige Benoordenhout, waar hij in de Weissenbruchstraat een dependance van de Gemeentereiniging bewoonde. Wieteke: "Hij kwam vanuit zijn garageachtig onderkomen regelmatig bij ons thuis en nam heel charmant altijd iets voor me mee. Veel foto's en tekeningen op bierviltjes. Tijdens zijn bezoeken dicteerde hij zijn gedichten en ik sloeg ze op in de computer. Uiteindelijk hebben we zo acht bundels uitgegeven. Mooie gedichten, vind ik. Gerard vond dat overigens ook, hij zag zichzelf als een subliem, geniaal kunstenaar. Helaas was hij ook een gekweld en geobsedeerd mens. Gefixeerd door de gedachte dat iedereen alles van hem had gestolen, werd hij regelmatig geplaagd door woedeaanvallen. 'Last van zijn demonen' had hij dan."

Beschermers kwamen en gingen: omgang met Fieret betekende een verhoogd risico op hypertensie.

"Over zijn halfbroer en twee halfzusters heb ik hem nooit gehoord. Maar hij had en heeft vele bewonderaars. Vooral vrouwen. Op straat werd ik regelmatig aangeklampt door dames die naar hem informeerden."

Wieteke's man Theo Moody dacht in die tijd wel eens: 'Zit die stinkende man nu alwéér bij ons aan tafel?'. Toch zwichtte ook Theo als hij Gerard 's winters verkleumd en wel bij Albert Heijn aantrof. "Ik haalde dan de auto om hem met fiets en al in te laden en veilig thuis af te leveren. Hij was toch een beetje zielige oude man, welk imago hij ook weer uitbuitte." Eind jaren negentig moest Fieret zijn volledig uitgewoonde stee verlaten. De buurt was niet gecharmeerd van alle duivenpoep en -gekoer. In projectontwikkelaars jargon: inzichten over de bestemming van het perceel wijzigden. Wieteke: "André Lüske heeft de Stichting Red(t) Fieret in het leven geroepen, die vervolgens op een ludieke manier actie voerde. Pierre Bovens deed al het papierwerk en Ineke Bons was penningmeester. Ze organiseerden een succesvolle verkoopexpositie in de Haagse Kunstkring, compleet met een speciaal door Hans Steijger op Gerard gecomponeerd lied. Frans Senf en Cornelie Jochems ontfermden zich over hem. Tot aan zijn opname in het verzorgingshuis heeft Gerard in een portacabin op het landgoed van Cornelie's familie mogen bivakkeren. Samen met Henk Augustijn heb ik twee films over Gerard gemaakt. 'De Route' en 'De Foto's', maar op een gegeven moment ben ik afgehaakt: De vriendschap werd me te enerverend. Op de website die ik destijds voor hem kocht, is straks informatie te vinden. En er is een Gerard Fieret hyve."

Burcht van de angst

Volgens Wim van Sinderen - conservator van het Fotomuseum Den Haag - beschikte Gerard Fieret over de uitzonderlijke gave om mensen in nog geen uur tijd het totale palet van liefde en haat te laten beleven. "Met Gerard kon je na een kwartier al veel lief en leed hebben gedeeld. We (het Gemeentemuseum Den Haag en later het Fotomuseum) hebben Gerard in al die jaren zowel in onze armen gesloten als hem botweg geweigerd om nog langer het museumgebouw te betreden."

Zo werd de toegang hem eens ontzegd nadat hij, alleen gelaten met zijn foto's, al zijn schatten nog eens extra vet signeerde met een dikke viltstift en stempel, om verder jatwerk te voorkomen. Van Sinderen: "Je kon ongelooflijk houden van deze charming man of deze lastpakkerige pestkop, die altijd weer het bloed onder je nagels vandaan wist te halen, wel schieten."

Over Gerards jeugdjaren is weinig bekend. De kunstenaar 'onthulde' eens dat hij uit een gemengd huwelijk was: 'Mijn moeder kwam uit Voorburg en mijn vader uit Rijswijk.' Kleine Gerard zou, pienter en goed van de tongriem gesneden als hij was, in deze tijd waarschijnlijk als hoogbegaafd worden aangemerkt. Onder andere dat goedgebekte zorgde voor een moeizame - eufemisme! - relatie met zijn moeder. Hij groeide noodgedwongen op in het beruchte (in 1971 gesloopte) katholieke tehuis Groenestein, dat in de wandelgangen 'Burcht van de angst' werd genoemd, mede doordat daar kinderen seksueel misbruikt werden. Vlak voor en na de Tweede Wereldoorlog studeerde Gerard Fieret aan de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten om zich te bekwamen in tekenen, schilderen, grafische vormgeving en fotografie.

Sensueel en schalks

Vanaf de late jaren vijftig tot eind jaren zeventig legde hij zich als 'fotograficus' voornamelijk toe op fotografie. In een bijna maniakale stroom produceerde hij zwart-wit foto's. Vrouwen, véél vrouwen, kinderen, zichzelf, dieren en de straat. Zijn logboek van 'Het Leven in Caleidoscopische Totaliteit' heeft een van de meest oorspronkelijke oeuvres opgeleverd uit de naoorlogse Nederlandse fotografie. Vakgenoten benijdden hem om zijn tomeloze, onconventionele manier van werken. En, om de fraaie modellen die zo gretig meewerkten. Meisjes van Schoevers, studentes aan de Vrije Academie, wildvreemde vrouwen van de straat. Zij poseerden allen, met of zonder kleren, graag voor hem. De grofkorrelige beelden konden sensueel en schalks zijn, maar ook rauw en confronterend. Er bestond weinig afstand tussen de fotograaf en zijn onderwerpen; het gebruik van eenvoudige kleinbeeldcamera's en gecompliceerde, vaak chaotische afdruktechnieken roept een sfeer op van authenticiteit. Gerard had zijn modellen het liefst naturel en onbevangen; hij gaf nauwelijks aanwijzingen. De druk van de knop berustte niet op toeval, maar wat zich voor de lens van de fotograaf afspeelde wél. Gerards eigen observatie: 'Zie hoe sterk de composities zijn niets is aan het toeval overgelaten ik ben niet voor niets van huis uit schilder graficus dat is iets anders dan dorre boekjes fotografie met de pretentie van kunst.'

Hij tartte alle wetten, ook die van de fotografie. Overbelichting, onderbelichting, harde contrasten, onscherpte en foto's vertoonden bij Fieret nogal eens kreukels, vlekken, krassen en scheuren. Het zal niemand verbazen dat Gerard evenmin volgens het boekje ontwikkelde. De film belandde in te hete of te koude ontwikkelaar en vervolgens gooide hij hem voor onbepaalde tijd in de fixeer. Om foto's zónder grove korrel kon je hem niet vragen.

Medelijden

Even plotseling als hij was begonnen, stopte hij met fotograferen en was het tijd voor de dichter, schilder of tekenaar in hem. In 1992 werd de poète maudit door de gemeente Den Haag onderscheiden met de Ouborgprijs, de stadsprijs voor beeldende kunst. Met het extraatje van tienduizend gulden wisten vooral zijn duiven wel raad. Hun 'baasje' gaf niet om materie. De intense betrokkenheid bij zijn gevleugelde vrienden is overigens ooit begonnen uit deernis met postduiven. Als zij na vele vlieguren uitgeput en te laat binnenkwamen, moesten zij dat bij sommige duivenmelkers met de dood bekopen. Deze wreedheid wilde Gerard koste wat kost voorkomen. Wieteke: "Hij nam de zielige postduifjes mee naar huis om ze te verzorgen en te voeden. Zijn medelijden strekte zich van lieverlee uit tot alle duiven die zijn pad kruisten."


Zijn fotowerk werd door de jury, onder wie Rudi Fuchs, omschreven als 'eigenzinnig en zonder enige behaagzucht. De opnamen lijken geheel parallel te lopen met zijn dagelijkse leven en laten zich door zijn manier van kijken lezen als 'visuele gedichten', zo heette het jaren nadat de foto's gemaakt waren. Gerard archiveerde zijn kunstwerken even onorthodox als hij ze produceerde. Honderden foto's werden in kasten en jerrycans gepropt of hij bewaarde ze tussen vuilnis en duivenpoep op de vloer. Hij verkocht ze aan verzamelaars of gaf ze met stapels tegelijk weg; de laatste jaren gelukkig vooral aan het Fotomuseum Den Haag, dat in 2004 een groot retrospectief van hem toonde. Het resulteerde in een beeldexplosie met de wanden van het museum in rijen van vier boven elkaar betegeld. De catalogus barstte ook uit zijn voegen. De laatste tijd neemt de waardering voor de foto's van Fieret internationaal, ook in financiële zin, enorm toe. In zijn afscheidsrede in de aula van begraafplaats St. Barbara wenste Wim van Sinderen de toekomstige biograaf van Fieret veel sterkte: "Het zal een dik, zeer hilarisch en lezenswaardig boek worden." Met plaatjes!

recently added

test