print logo

‘Zielig voor Nederland.’

 Haags Straatnieuws (The Netherlands) 01 June 2019

Deze winter bezoekt Haags Straatnieuws de plekken waar mensen zonder woning de nacht doorbrengen. Tussen 25 december en 19 januari 2009 was er bij de nachtopvang vanwege de kou een winterregeling van kracht. Deze tocht door nachtelijk Den Haag vond vlak daarvoor plaats. (1624 Words) - By Jeroen Stam

Share

Straatnieuws

 Rough sleeper Steef Stappendel. Photo: ERIC KAMPHERBEEK.

Bijna middernacht, omgeving Lekstraat: het rangeerterrein van de Nederlandse Spoorwegen. Intercity's rijden loom voorbij. Overal liggen plastic tasjes, blikjes en kranten. Steef Slappendel (61) wijst op drie supermarkttasjes die netjes naast elkaar staan. "Dit zijn iemands spullen", fluistert hij. Steef is onze gids vannacht. Hij is ruim een half jaar dakloos geweest en heeft een tijd op straat en in de nachtopvang  doorgebracht. "Mensen denken vaak dat het wel meevalt, of voortkomt uit een bewuste keuze. Ze hebben geen idee hoe zwaar het leven van een dakloze is", zegt hij. We staan onder een viaduct en zien bijna geen hand voor ogen. In het kleine hoekje tussen een schutting en een pilaar ligt een hoopje. Het beweegt. Er ligt iemand onder een stapeltje dekens. "Ik lig te slapen man, laat me lekker met rust." De man maakt afwerende gebaren, maar komt uiteindelijk zuchtend overeind. In ruil voor drie sigaretten krijgen we een ijskoude hand. Hij heet Mohammed. Hij zwerft sinds september en slaapt nu twee weken hier.

Zijn hoekje is net genoeg uit de wind om niet te bevriezen. Onder zijn dekens en op een stapeltje kranten en karton tegen de optrekkende kou zal hij de nacht wel overleven. Maar waarom gaat hij niet naar een van de opvangplekken in de stad? "Ik heb vier jaar in de gevangenis gezeten in Tanger, Marokko. Ik ben mishandeld, heb veel meegemaakt, weet je? Ik kan niet meer bij mensen zijn, man. Ik draai door in de opvang. Iedereen moet zijn ding doen, je weet toch? Ik kan niet tegen hun regels. Hier heb ik mijn jointje, mijn biertje, dit is mijn plekkie." Steef belooft Mohammed dat hij hem morgen meer dekens komt brengen, en drukt hem op het hart de volgende dag naar het Centraal Coördinatie Punt te gaan, om misschien toch een plek in een opvangcentrum te regelen. "Dit is niet goed voor je, jongen, je moet echt die kou uit!"

 

BLAUW OOG

De hal van Centraal Station is om 1.00 uur helemaal leeg. NS Service & Veiligheid-medewerkers staan in de hal te praten. Ze vertellen dat het station zo gaat sluiten. Iedereen moet naar buiten. Achter hen glipt een onvast slenterende man toch naar binnen. Maar als een van de NS-medewerkers zich even omdraait, ziet hij de man, beent op hem af en stuurt hem weg. Het is verboden om in de hal te verblijven, en de daklozen die zich voor het station ophouden, weten dat. "Als het echt heel erg koud is, doen we een oogje dicht. Dan krijgen ze koffie, of mogen ze in de gang van het stationsplein of naar de hal. Daar is het net even warmer, en staan ze uit de wind. We hebben weinig last van ze. Behalve de Polen. Er lopen er tientallen rond die echt voor overlast zorgen. Laatst had ik er twee in de gang gelaten, en tien minuten later hoor ik een enorm lawaai. Waren ze aan het vechten. Van Turken, Marokkanen en Nederlanders heb je weinig last. Maar die Polen zijn onhandelbaar als ze hebben gedronken."

Voor de hal zit zo'n groepje Polen. Vijf mannen van twintig tot vijfenveertig jaar hangen verkleumd tegen elkaar aan. Twee hebben een blauw oog, drie missen wat tanden, een heeft een gebroken neus. In gebrekkig Engels vertellen ze dat ze vannacht hier zullen blijven. Ze werken af en toe voor een uitzendbureau. Als ze werken, regelt het bureau een slaapplaats, maar als er geen werk is, moeten ze daar weer uit. Ze werken in de bouw, de kassen in het Westland, de bloemveiling in Bleiswijk of als schoonmaker. Ze vragen of we wat geld hebben, zodat ze beltegoed kunnen kopen. Dan kunnen ze morgen het uitzendbureau bellen om te vragen of er werk is. Steef geeft wat losse euro's. "Ik heb echt met die gasten te doen", zegt hij. "Het is zo koud en ze komen bij geen enkele opvang binnen. De opvangcentra in Den Haag weigeren Oost-Europeanen liever, omdat dat het misschien economische migranten zouden kunnen zijn. Ze zouden op de opvang afkomen omdat ze daar voor een paar euro een bed en twee maaltijden kunnen krijgen. De meeste werken overdag, en na een paar maanden gaan ze met al hun geld terug naar huis. Toen ik deze zomer in het Zuiderpark sliep, was daar een heel kamp met Polen. Er werd gedronken en gevochten. Het was echt vreselijk. Ik denk dat de meeste mensen geen idee hebben dat dit zich in hun stad afspeelt."

 

AFKICKEN

We rijden door naar de Houtrustweg. Onder één van de bruggen over het Verversingskanaal schijnen mensen te slapen. Over een glibberig paadje lopen we langs het water. Onder de brug is het zo donker, dat we een paar keer moeten flitsen met de camera om te kunnen zien waar we lopen. In de verte zie ik iets dat en profil afsteekt tegen het licht van lantarenpalen aan de andere kant van de brug. Op de tast vinden we onze weg. We lopen nu op een schuine helling en moeten bukken om onder de brug te passen. Dan zien we ineens, in de goot van het brugdek, een aantal dozen liggen. "Goedemorgen", proberen we en in de doos beweegt iets. "Wat moet je man?" We leggen uit waar we voor komen en langzaam gaat de doos een beetje open. Ook deze Surinaamse man vraagt om sigaretten. Hij noemt zich Henk, is vijfenveertig jaar en woont een paar weken onder deze brug. Tot september zat hij vast, een veroordeeld veelpleger, en sinds zijn vrijlating zwerft hij. Hij is verslaafd aan 'bruin' (heroïne). "Ik wil niets liever dan afkicken. Ik sta al maanden op de wachtlijst voor een afkickproject. Ik heb drie dozen en een deken, en daarmee hou ik me redelijk warm. Maar het is echt koud, man!" Waarom zit hij niet in een opvangcentrum? "Ik kan daar niet naar binnen. Om acht uur 's ochtends moet je er weer uit, en dan? Moet ik de hele dag op straat lopen? Dan slaap ik liever hier. Heb je nog meer sigaretten? Mag ik er drie? Van roken blijf je tenminste een beetje warm." Als we weer naar de auto lopen, vertelt Steef dat de man niet in de opvang zit omdat hij zwaar verslaafd is. In de opvang moet je op tijd binnen zijn en mag je niet gebruiken. Henk is zwaar verslaafd en moet veel heroïne roken, anders wordt hij ziek. En in de opvang mag niet gebruikt worden. "Het doet echt pijn hem zo te zien liggen", zegt Steef. "Hij is misschien verslaafd, maar niemand hoeft er in Nederland er toch zo bij te liggen? Ik ga ook hem morgen een paar dekens brengen, zodat hij het wat warmer heeft."

De laatste halte is Scheveningen. Er zouden - zelfs in de winter - mensen onder de pier slapen. Scheveningen moet van alle plekken in Nederland op dit moment de guurste zijn. Het regent licht, de temperatuur ligt rond het vriespunt en de ijskoude wind waait vanuit de zee ongehinderd de boulevard op. Onder de pier ligt een slordige verzameling strandbedjes bij elkaar. Als we voorzichtig dichterbij komen, beweegt er iets tussen de bedjes. Een vrouw met een Duits accent vraagt wat we willen. Ze heeft er duidelijk geen zin in. Ze vraagt of we weg willen gaan, bitte. Ze wil slapen en privacy. Gute Nacht. De vrouw schaamt zich overduidelijk dat ze door ons is gevonden. Steef kijkt met een trieste blik naar de zee. "Dit gaat me zo aan het hart. Zo triest, dat dit in een rijk land als Nederland gebeurt. Als ik mijn huisje helemaal op orde heb, ga ik me inzetten voor deze mensen. Er is heel veel hulpverlening, maar toch zijn er in Den Haag een heleboel mensen die erbuiten vallen. Dit zou niet moeten gebeuren. Ik vind het echt zielig, zielig voor heel Nederland."

 Other Language Versions

SNS logo
  • Website Design